24 jun. 2025
Jaarstukken 2024, eerste bestuursrapportage 2025 en begrotingsbrief
Zie de website van WDODelta voor meer informatie over deze AB-vergadering en bijbehorende stukken. Klik hier om naar de vergadering van 24 juni 2025 te gaan.
I. Jaarstukken 2024 en bestuursrapportage 2025
Beste collega bestuursleden,
Bij mijn voorbereiding op jaarstukken en berap heb ik mijn inbreng van vorig jaar teruggelezen. Ik sloot toen af met: "...we lezen in het stuk veel goede bedoelingen, ontwikkelingen in groter verband, maar we missen informatie over hoe er door ons waterschap naar concrete doelen toegewerkt wordt. Dat maakt het lastig om hier inhoudelijk op te reageren." Partij voor de Dieren heeft toen (evenals andere fracties) nadrukkelijk gevraagd om in de volgende jaarstukken en bestuursrapportage meer op doelen en projecten te rapporteren, zodat wij onze controlerende taak beter kunnen uitvoeren. Helaas concluderen wij dat de stukken vergelijkbaar zijn met die van vorig jaar.
Een illustratie:
U weet dat voor ons de bescherming van de bever belangrijk is. We lezen dat u actief input hebt geleverd op het beverprotocol van de provincie. Echter geen idee wat die input was. Ik heb daar schriftelijke vragen over gesteld. Welke input heeft WDODelta geleverd op het beverprotocol van de provincies? Antwoord: ‘wij hebben meegeschreven in het protocol om de waterschapstaken te behartigen.’ Ja, maar wij zouden willen weten wát die inbreng was. Is er gepleit voor graafwerende maatregelen of niet? Ook de rest van de antwoorden is zo opgeschreven dat ik er inhoudelijk geen steek wijzer van word. Wel weet ik nu dat het beverprotocol reeds vergund is en van kracht. De bespreking daarvan met het AB is steeds vooruitgeschoven. In 2023 werd aangegeven dat de gesprekken met de provincie over een nieuwe aanpak m.b.t. de bever zijn gestart. We zouden daarover eind 2024 worden geïnformeerd en dat is nu verschoven naar volgend kwartaal. En zo worden we aan het lijntje gehouden, zonder dat we geïnformeerd worden over de inbreng van ons waterschap hierin. En nu ligt het beverprotocol er.
Een ander punt is het halen van de KRW doelen. Duidelijk is opnieuw dat we niet op koers liggen. Het wachten is nu op de resultaten van de tussenevaluatie die al wel zijn gedeeld met de portefeuillehouders en het DB, maar nog niet met het AB. Hierover zouden wij tijdig en met regelmaat informatie willen ontvangen.
Kortom, wij lezen veel dezelfde zaken als vorig jaar, missen een smarte formulering en de nodige informatie om nu onze controlerende taak kunnen uitvoeren. Ons verzoek aan het hele dagelijks bestuur én de organisatie is om dat écht anders te doen en ons als AB beter te faciliteren in onze controlerende taken: ik hoorde afgelopen jaar in deze zaal een ambtenaar een DB'er feliciteren, omdat deze zo min mogelijk had ‘weggegeven’ (toen ik een motie had ingediend) en andersom heb ik m.b.t. de vispassage bij gemaal Stroink echt moeten aandringen om een bestaand rapport met AB-leden te delen, terwijl we recht hebben op die informatie.
Kortom, ik vraag om een toezegging van het DB. Zowel in de voorbereiding als in het antwoord op schriftelijke vragen, geef ons inhoud, handvatten die nodig zijn om onze controlerende taak te kunnen uitvoeren. De huidige werkwijze doet afbreuk aan het vertrouwen in de aanpak van het dagelijks bestuur. Actieve betrokkenheid van het AB moet worden gewaarborgd, en dat vereist dat stukken zodanig worden gepresenteerd dat ze bruikbare kaders en aanknopingspunten bieden.
Tot slot enkele vragen over het Jaarverslag Vergunningen en Handhaving dat wij met interesse hebben gelezen. De aanbevelingen aan het eind van dit stuk benadrukken dat het om de KRW doelen te kunnen behalen essentieel is om de rol van vergunningen toezicht en handhaving te intensiveren, met een focus op: bedrijfsmatige lozingen, PFAS, zeer zorgwekkende stoffen, KRW-relevante stoffen, gif en biociden en dat we dit kúnnen doen als we daar geld voor vrij maken. Onze vraag: hoe pakt het DB deze aanbevelingen op? Is dit ook opgenomen in de begrotingsbrief. Kunt u dit toelichten?
Ook lezen wij dat de traditionele wijze van toezicht en handhaving onze bijdrage aan de KRW doelstellingen onvoldoende zichtbaar maakt. Mijn vraag: Zijn de hier aanbevolen probleemanalyse bronopsporing en bronaanpak, opgenomen in de meerjarenbegroting en datzelfde geldt voor de aanbeveling tot aanschaf van de nodige meetinstrumenten?
II. Begrotingsbrief
Afgelopen weekend was ik op een camping en onze accommodatie zat direct aan het water. En zoals u weet, was het snikheet. Aangezien wij iemand bij ons hadden met de ontwikkelingsleeftijd van een kind, hadden we waterpistolen meegenomen. Deze. Maar die twee waren nogal verschillend in reikwijdte en de sterkte van de straal. Met hilarische gevolgen, die voor onszelf wat minder goed uitpakten. De eerste had maar een euro gekost, en reikte niet ver. Dat zal ik demonstreren. De tweede echter had een onverwachte kracht, waarmee ik met gemak over dhr. Scheper zou kunnen reiken. Ik zal dat echter niet doen.
Waar wil ik naartoe? Die waterpistolen doen me denken aan de begrotingsbrief en de reikwijdte daarvan.
Het eerste waterpistool staat symbool voor de huidige begrotingsbrief, die focust op wat haalbaar en betaalbaar is. Er is veel ruimte voor de getallen, de kostenramingen. Met als effect: ik word er niet echt door geraakt, ik mis de impact, de kracht die er van zo’n begrotingsbrief uit zou kunnen gaan. Ik lees in grote lijnen dat we als waterschap weten wat er op ons afkomt en dat we daar nog niet in alle gevallen naar handelen. Als redenen worden genoemd: de kosten, of wachten op samenwerking met partners of op ontwikkelingen die gaan komen, maar om bepaalde maatregelen nu al in de begroting op te nemen, daarvoor is het nog te vroeg. Zo is de teneur. Wat ik bij jaarstukken zei, dat het moéilijk is om als AB-lid onze controlerende taak uit te oefenen, datzelfde speelt bij de begrotingsbrief met betrekking tot onze kaderstellende taak.
De begrotingsbrief biedt onvoldoende houvast om als Algemeen Bestuur kaders te stellen en een duidelijke richting te bepalen. Het gebrek aan concrete plannen, tijdslijnen, aanknopingspunten, maakt het moeilijk om effectief invulling te geven aan onze rol. We zien hier niet de proactieve houding die we als waterschap voorstaan, maar eerder een reactieve houding. Enkele voorbeelden van die reactieve houding:
"de houdbaarheid van diverse peilbesluiten loopt af, wat op termijn juridische en financiële consequenties kan hebben." Juist! Dan is het essentieel hierop te anticiperen in plaats van af te wachten. Anders zit je straks met het verkeerde waterpistool, zal ik maar zeggen. En word je hard geraakt, financieel en met rechtszaken. En we hebben niet voor niets een visie 'Water en bodem sturend' geformuleerd. Echter, een duidelijke uitwerking daarvan ontbreekt in de begroting.
"De nieuwe gedragscode vereist aanpassingen in het beheer, waaronder het machinepark." Ook deze noodzakelijke veranderingen worden niet expliciet opgenomen in de begroting. Ik schrik ervan als ik het antwoord lees op de vraag van Dhr. Konter over hoe vaak bij uitzondering de klepelmaaier gebruikt wordt. Het blijkt maar liefst om 1200 kilometer te gaan! Heb je het dan nog over een uitzondering? Dat roept allemaal vragen op waar ik graag een antwoord op zou krijgen. Wordt er bij die ‘uitzonderingen’ van een smalspoor wel ecologisch onderzoek gedaan, waarbij ook een ecoloog betrokken is? Kortom worden de uitzonderingen wel uitgevoerd in lijn met de gedragscode die de bedoeling heeft ook de flora en fauna te beschermen?
- Dan een derde voorbeeld van de reactieve houding: In de waterketen wordt vermeld dat er geen rekening is gehouden met de ontwikkelingen rondom nieuwe lozingseisen, zoals de richtlijn stedelijk afvalwater. Hoewel verder onderzoek nodig is, mag dit niet leiden tot afwachten. Ook deze richtlijn die eraan komt, vraagt om anticiperen.
Onze algemene indruk van de begrotingsbrief is dat deze op veel punten te afwachtend en voorzichtig blijft. Er wordt aangegeven wát er gedaan moet worden, maar wanneer en hoe dit gerealiseerd zal worden, blijft onduidelijk. Veel wordt vooruitgeschoven, zonder concrete plannen of tijdslijnen, wat ons en anderen onnodig in problemen kan brengen. Dit maakt het voor ons als AB moeilijk om kaders te stellen en een duidelijke richting te bepalen. Wij verzoeken het dagelijks bestuur daarom om de te verwachten uitdagingen helder te formuleren inclusief de oplossingen, zodat wij als AB onze kaderstellende rol effectief kunnen vervullen.
Wij zouden wensen dat het DB eens achterover zou gaan zitten en van een grotere afstand naar het eigen beleid zou kunnen kijken. Dat hebben we eerder ook gedaan toen we dachten in toekomstscenario’s. Wat betekent het veranderende klimaat en de afname van de biodiversiteit voor de keuzes van het waterschap? De toenemende droogte, de richtlijn stedelijk afval, de toename aan complexe vervuilende stoffen? We kunnen niet meer doen wat we altijd hebben gedaan. Zoals dit simpele waterpistool achterhaald is als je meters wilt maken en niet alleen geraakt wilt worden, maar ook anderen wilt raken, op een positieve manier.
De goede inzichten die binnen ons bestuur en de organisatie aanwezig zijn, de visie op water en bodem sturend, proactief willen zijn, de inbreng van een breder perspectief dat rekening houdt met het grote geheel van al wat leeft en van wie na ons komen, dát missen we in dit stuk. Het stuk is te weinig richtinggevend, maar afwachtend en behoudend. Waar is de proactieve rol van de kennisautoriteit gebleven die we als waterschap willen zijn? De begrotingsbrief is als een goedkoop waterpistool dat niet de kracht heeft om mensen echt te raken en mee te nemen. Dat zorgt ervoor dat we uiteindelijk ‘nat gaan’ als waterschap.