27 mei 2025
Kostentoedelingsverordening 2026
Zie website van WDODelta voor meer informatie over deze AB-vergadering en bijbehorende stukken. Klik hier om naar de vergadering te gaan. Of klik hier om de opname van de bijdrage te bekijken/beluisteren.
4A Kostentoedelingsverordening
Welke uitgangspunten hanteren we voor het belastingstelsel? Daarover gaat het hier. Met het mooie woord ‘toedelen’. Hoe verdelen we de kosten?
Wat ons betreft is, alvorens we hier keuzes in maken, een onderling gesprek over principiële keuzes belangrijk. Dat gesprek hebben we binnen het AB nog niet gevoerd. Welke verdeling doet recht aan de verschillende betrokkenen? De nieuwe wetgeving heeft als doel dat het systeem eerlijker wordt en dat je vanaf nu betaalt afhankelijk van hoeveel het waterschap voor je doet, het profijtbeginsel.
In het stuk dat er ligt, stelt het DB voor om de burger maximaal te belasten, 10% meer dan volgens het rekenkundig model en dat is 5% meer dan de bandbreedte van 30%. Om van die bandbreedte af te mogen wijken moet er wel goede argumentatie zijn en die wordt gezocht in het profijtbeginsel. Ik zeg met nadruk ‘gezocht’ in plaats van ‘gevonden’. Het is onjuist om te suggereren dat alléén de ingezetenen baat hebben bij natuur. Wat dachten we van de landbouw? De landbouw wérkt met leven en is grotendeels afhankelijk van biologische processen. Akkerbouw, tuinbouw, het houden van dieren, het begint bij natuurbeheer. Niemand zet zelf een bloemkool in elkaar. De natuur levert ecosysteemdiensten waar de landbouw van profiteert. Denk aan waterbuffers voor droge tijden, bestuiving van gewassen etc., Ecosysteemdiensten van de natuur zijn voor ons allen van groot belang, burger, boer en bedrijven. Het is niet eerlijk om de ingezetenen daarvoor extra te belasten. We stellen daarom voor om de kosten voor de burger niet verder op te laten lopen dan 30%.
Voor de categorie natuur, pleiten we ervoor de kosten zo laag mogelijk te houden. Er groeit geen geld aan de bomen en er loopt geen ‘ezeltje strekje’ rond in onze natuurgebieden. De natuur heeft waarde in zichzelf en wij mensen brengen schade toe aan de natuur. Er moet geld bij om de natuur in stand te houden. Het DB stelt voor om de natuur voor 0,40% te belasten, lager dan in het rekenkundig voorbeeld. Dat spreekt ons aan. Wat ons betreft mag het kostenaandeel zo laag mogelijk zijn. Als je kijkt naar de grafieken van de verschillende categorieën, dan zie je dat verhoudingsgewijs de kosten voor natuur het meest stijgen. Tel daarbij op de kosten voor behoud en herstel van natuur die ook steeds hoger worden, omdat we als mens te natuur te veel belasten.
Lager aanslaan van de natuur is een verdiende ruggensteun voor die organisaties en particulieren die hun best doen om de natuur in stand te houden. Zo laten we zien dat we als waterschappers die belangrijke ecosysteemdiensten koesteren en dat we ons realiseren dat we niet zonder natuur kunnen, niet als burger en niet als agrariër.
Dan de categorie ‘ongebouwd’. Waar de burger het in het voorstel moet ontgelden, wordt de agrariër ontzien, met als argumentatie de minder hoogwaardige landbouwgrond. Ook die argumentatie vinden we gezocht. Dat de landbouwgrond minder hoogwaardig is, wil niet zeggen dat er minder gebruik wordt gemaakt van diensten van het waterschap. Denk aan de waterpeilen ten gunste van de landbouw, de extra inlaat van water bij verdroging van landbouwgrond, onttrekkingen van water, dat vraagt extra inzet van het waterschap. Dit waterschap doet veel voor de boeren. Het siert de coalitie niet om, terwijl die agrarische belangen hier zo goed vertegenwoordigd zijn, zichzelf ook nog de minste kosten toe te delen.
AMENDEMENT Eerlijke verdeling kosten
Wij zijn mede indiener van het amendement 'Eerlijke verdeling kosten'. Ons inziens doet de voorgestelde berekening recht aan de inzet van de wet om het systeem eerlijker te maken en dat je betaalt afhankelijk van hoeveel het waterschap voor je doet. Dat is bedoeld met het profijtbeginsel. En niet zoveel mogelijk naar je zelf toerekenen.